Geschiedenis Ambulancezorg Woerden-Utrecht 1960-1971


De "Epidemie van Verkeersslachtoffers" en de Woerdense Ziekenhuizen.

Vanaf 1950 tot 1972 steeg het aantal verkeersdoden in Nederland van 1000 naar 3200 per jaar.
Dit als gevolg van de explosieve toename van het gemotoriseerde (snel-) verkeer.
Vermenigvuldig deze getallen met 25 resp. 12 en men krijgt een indruk van het aantal gewonden en zwaargewonden.

Deze enorme toename van het aantal verkeersslachtoffers vormde in die jaren vooral voor de kleinere en middelgrote ziekenhuizen in ons land een grote belasting.
Het waren juist de kleinere ziekenhuizen die veelal de zwaarst getroffenen kregen aangeboden van het snelverkeer van rijks- en provinciale (plattelands-)wegen.
Meer dan de helft van de zeer ernstig gewonden werd namelijk binnen het rayon van juist déze ziekenhuizen door een ongeval getroffen en naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis vervoerd.
Een extra belasting betrof het gegeven dat 2/3 deel hiervan in de avonden,nachten en weekends - dus buiten de normale werktijden- het ziekenhuis werd binnengebracht.13,33
Sommige ziekenhuizen waren daarom ook na 18.00 uur gewoon gesloten, net als winkels.

Binnen de bebouwde kom (grote steden) werden de snelheden sinds 1957 ingedamd door het instellen van een wettelijke snelheidslimiet van 50 km.
Deze gold echter niet voor de provinciale-, plattelands- en rijkswegen. Daar waren in de regel geen snelheidsbeperkende maatregelen van kracht.
Hoge snelheden, het ontbreken van ondermeer veiligheidsgordels en kreukelzones leidden bij ongevallen op deze wegen tot ernstige meervoudige letsels en direct levensgevaar bij het verkeersslachtoffer.

Het nabij Rijksweg 12 gelegen Woerden, met ca. 15000 inwoners, had de beschikking over twee kleine ziekenhuizen met een regionale functie -samen goed voor ca. 230 bedden waar tot 1965 slechts één chirurg was verbonden :
"De Stichting Het Algemeen Ziekenhuis" en het R.-K. Ziekenhuis "Ope Dei".
In 1970 ontstond hieruit, na fusie, het Hofpoort Ziekenhuis.
In het voormalige ziekenhuis Ope Dei aan de Utrechtsestraatweg is tegenwoordig het Zuwe Zorgcentrum (ZZCW) gevestigd.
Het Algemeen Ziekenhuis werd gesloopt.

Het Algemeen Ziekenhuis 1963,
114 bedden.







Rijksweg 12 en Verkeersplein Oudenrijn

Rijksweg 12 en het verkeersplein Oudenrijn hadden een beruchte naam vanwege de vele ernstige ongevallen die daar plaatsvonden, vooral in de periode toen er nog geen vangrail/middenbermbeveiliging bestond.
Waar nu middenbermbeveiliging staat (vangrail) bevond zich destijds een (liguster-) haag. Frontale botsingen, welke het gevolg waren van auto's die door de berm heenschoten, kwamen dan ook frequent voor. Kettingbotsingen en files kwamen soms wekelijks voor.
De aanleg van de middenbermbeveiliging - waar wij tegenwoordig aan gewend zijn- startte pas na aandringen in de tweede helft van 1963.29

Rijksweg 12 was goed voor honderden verkeersslachtoffers per jaar, met als gevolg dat wekelijks, soms zelfs dagelijks en veelvuldig buiten kantoortijden in deze twee Woerdense ziekenhuizen (ernstig) gewonde verkeersslachtoffers werden binnen gebracht en behandeld. Gemiddeld waren er altijd wel zo'n veertig verkeersslachtoffers in huis.1,28

terug


De Spoorwegongevallen en de Woerdense Ziekenhuizen

De Woerdense ziekenhuizen werden bovendien binnen ca. één jaar betrokken bij twee grote spoorwegongevallen.

De ernstig gewonde slachtoffers werden voor behandeling vervoerd naar het Ope Dei ziekenhuis te Woerden.

terug


Chirurg Dijkstra

In 1959 wees de Woerdense chirurg dr. J.Dijkstra - die zich vanaf 1947 geconfronteerd zag met de enorme toename van het aantal ernstig gewonde verkeersslachtoffers van Rijksweg 12- op het belang van een goede en snelle melding van ongevallen.26

tekst

In 1961 uitte Dijkstra in het vakblad Huisarts en Wetenschap kritiek op de achtergebleven organisatie van de ambulancehulpverlening
in Nederland en deed hij een oproep aan de medische wereld zich meer in te zetten voor de verbetering van de preklinische hulpverlening.

Hij hekelde hierbij de bestaande situatie waarbij "adequate hulp ter plaatse" achterwege werd gelaten gevolgd door"ijltransport" naar het ziekenhuis.6
Vrijwel elk ernstig getroffen verkeersslachtoffer werd namelijk zo snel mogelijk ingeladen en als "ijlgoed" naar het ziekenhuis gebracht.

Daags na de Treinramp te Harmelen, waarbij Dijkstra direct betrokken was bij de opvang en behandeling van gewonden19,35, kreeg zijn oproep aandacht van de landelijke pers.2,14,31

In 1964 herhaalde Dijkstra -bij uitblijven van voldoende actie van medische zijde en van regeringswege- zijn kritiek op de achtergebleven preklinische hulpverlening.
De eerste hulp aan, en het vervoer van ernstig gewonde verkeersslachtoffers kreeg n.l. ook in medische kringen z.i. nog altijd onvoldoende belangstelling.
De aandacht hiervoor vlak na de treinramp bleek alweer weggëebt.38 In Huisarts en Wetenschap wees hij in een serie baanbrekende publicaties op het grote belang van het bieden van deskundige medische hulp ter plaatse en voortzetting hiervan gedurende het vervoer aan het verkeersslachtoffer tijdens het z.g. "het eerste uur" (tegenwoordig "golden hour" genoemd) en deed aanbevelingen t.b.v. de organisatie en de praktische uitvoering van de preklinische hulpverlening in Nederland. Daarbij formuleerde hij ook eisen waaraan de moderne en ideale ambulance en zijn bemanning (opleiding) diende te voldoen.9

Zijn grote ervaring in de traumatologie was aanleiding dat Dijkstra in 1963 werd opgenomen in de Commissie zieken- en ongevallenvervoer van Provinciale Raad voor de Volksgezondheid in Zuid- Holland.21,25

Een jaar later, in 1964, werd hij voorzitter van de door de regering ingestelde subcommissie E.H.B.O./ Kwaliteit Vervoer Verkeersongevalsslachtoffers.5,44
Deze subcommissie maakte onderdeel uit van de interdepartementale Commissie Muntendam, genoemd naar professor dr. P.Muntendam.

De opdracht was tot aanbevelingen te komen ter verbetering van de hulpverleningsketen bij verkeersongevalsslachtoffers (alarmering, vervoer en opvang in ziekenhuizen).

De aanbevelingen van deze commissie leidden, na veel oponthoud (zie verder), tot
de eerste wet Ambulancevervoer die in 1971 werd aangenomen.

Foto rechts: demonstratie Volkswagen-ambulance bij de ingang van de Eerste Hulp/ Opname van het Ope Dei Ziekenhuis te Woerden.
In het midden Dijkstra.
Foto Walter van Leeuwen 1968


Tegenwoordig fungeert deze ingang als dienstingang van het Zuwe Zorgcentrum Woerden.

terug


De fa. L.Hoek

Het ambulancevervoer in Woerden en omgeving, waaronder Rijksweg 12, vond plaats door de Fa. L.Hoek te Woerden.
De wagen werd bemand door een chauffeur en de heer A. de Lange, een zeer ervaren hulpverlener met E.H.B.O.- diploma.28

Ambulance van de fa.L.Hoek in actie 1964

terug

De G.G. en G.D. van Utrecht 1963

Behalve de fa. Hoek reden op Rijksweg 12 en de provinciale wegen de ambulances van de G.G. en G.D. van Utrecht.
Directeur A.A.Koopal noemde zijn dienst in 1963 al een "Regionale Eerste Hulpdienst met als centraalpost de G.G. en G.D".16

1963


De grenzen strekten zich uit tot Woerden, Schoonhoven, Culemborg, Driebergen, Hollandse Rading en Nieuwersluis. De ontkieming (?) van de huidige RAVU.

terug

Het Rode Kruis en de Dijkstra-ambulances 1966

Dijkstra stelde vast dat de bouw en inrichting van de ambulance optimaal afgestemd diende te zijn op vervoer en behandeling van de in levensgevaar verkerende spoedeisende patiënt.9,11 Een absolute eis was een ruim interieur, met de brancard in het midden en voldoende ruimte rondom de patient en aan het hoofdeinde voor de hulpverlener (minimaal een verpleger met een post-graduate opleiding). Deze progressieve ideeen werden om uiteenlopende redenen destijds niet breed gedeeld.

Een andere belangrijke eis was dat de bijkomende belasting van het vervoer voor het ernstig gewonde verkeersslachtoffer tot een minimum diende te worden beperkt.
Ter verkrijging van een schok- en trillingsvrij vervoer van deze patiënten trad Dijkstra in contact met professor ir. G.J. van der Burgt van de T.H. te Delft, waarop een samenwerking volgde die leidde tot de ontwikkeling van de z.g. Zwevende Brancard ter voorkoming van lichaamstrillingen (whole body vibration).

Wagens die aan de ruimtelijke eisen voldeden waren de Citroën HY verlengd, de Peugeot J7 en de Mercedes 408 en 406.4

Vanwege het grote aantal ongevallen op "zon- en feestdagen" ging het Het Rode Kruis vanaf 1966 over tot het stationeren van ambulances langs de rijkswegen die aan deze eisen tegemoet kwamen.3,32

Zo ook bij de politiepost te Linschoten in 1967.
Een project dat nog zou doorlopen tot 1983.40


Demonstratie ambulance Mercedes-Benz 408
bij het Ope Dei ziekenhuis te Woerden 1968.
foto: Walter van Leeuwen.

terug


Ongevalskisten op rijksweg 12 1967:

In 1967 plaatste de Rijkspolitie, in samenwerking met Het Rode Kruis, tussen Woerden en Oudenrijn bij wijze van proef
om de 500 meter 40 z.g. ongevalskisten met hierin knipper- lantaarns, verbanddozen en dekens.
Dit hulpmateriaal werd geplaatst omdat langs de intensief bereden rijksweg de politie en ambulance
vanwege de drukte niet altijd snel genoeg ter plaatse konden zijn, zodat andere hulpverleners (weggebruikers) hier gebruik van konden maken.
Er bleek een grote aantrekkingskracht vanuit te gaan op dieven.24

terug


De Commissie Muntendam, de politiek en de media 1964-1968

Nadat de subcommissie Kwaliteit Vervoer Verkeersongevalsslachtoffers reeds in 1965 haar aanbevelingen aan de minister had aangeboden, bleek de regering de zaak op zijn beloop te laten.

De Vara-t.v. wilde dit aan de kaak stellen en maakte in 1966 een televisie-reportage in Woerden.27,34

De reportage betrof een documentaire waarbij een ambulance (een z.g. Klinomobiel), die werd gestationeerd bij het Ope Dei ziekenhuis, door een cameraploeg gevolgd werd bij de hulpverlening bij ongevallen op rijksweg 12. Dit met een arts aan boord die per mobilofoon contact kon onderhouden met het ziekenhuis.

Woerdense Courant 1966.

Pas in september 1968 -meer dan zes jaar na de treinramp van Harmelen- kwam er weer beweging in de zaak.
Het Algemeen Dagblad verscheen met de voorpaginakop "Alle ambulances onder de maat" gevolgd door een Vara- reportage in "Achter het Nieuws" waarin forse kritiek werd geuit op het drie jaar lang strict geheim houden door de regering van het rapport van de subcommissie Kwaliteit Vervoer Verkeersslachtoffers.3,37
Het aantal verkeersdoden was in 1968 inmiddels -sedert de treinramp van"Harmelen"- opgelopen van ca. 2100 doden naar bijna 3000 per jaar.

Als reactie op deze publiciteit stelde Mw. G. Brautigam (PvdA) kamervragen.
In de maand daarna werd de ministeriële "nota inzake de hulpverlening bij verkeersongevallen" opgesteld, welke werd aangeboden aan de tweede kamer. 20
In december 1969 werd hierop volgend door de staatsecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid dr. R.J.H. Kruisinga het wetsontwerp ambulancevervoer bij de Tweede Kamer ingediend dat in 1971 werd aangenomen1,3,20

terug


Proef met gewondentransport per helikopter 1967

Om aandacht vragen voor de achtergebleven eerste hulpverlening bedacht het tijdschrift Rijdend Nederland in 1967 een grotesk fantasie- plan dat voorzag in de bouw van 16 wegenwachtstations langs rijkswegen met daarbij hangars voor helikopters van waaruit de hulpverlening zou moeten gaan plaatsvinden.

Rijdend Nederland organiseerde in dit verband met medewerking van Dijkstra en de fa. Hoek een proef met het transport van een verkeersslachtoffer per helikopter.
Vanaf het Ope Dei Ziekenhuis vertrok -na een melding van een gefingeerd ongeval op rijksweg 12- een helikopter van Defensie tegelijkertijd met de ambulance van de fa.Hoek naar de plaats van het "ongeval". Een gelijksoortige proef vond overigens plaats bij het Bronovo ziekenhuis te Den Haag en rijksweg 13.22,23

Ope Dei Ziekenhuis Woerden: 1967 vertrek van de helikopter (foto Walter van Leeuwen).

Dijkstra concludeerde dat de inzet van de helikopter vooral (tijd-)winst zou boeken als transportmiddel voor een medisch team naar de plaats van het ongeval.
Als aanvulling op een -in eerste instantie- te verbeteren ambulancesysteem zou de helikopter (traumahelikopter) volgens Dijkstra goede diensten kunnen bewijzen.
22


Het voormalige Ope Dei met op de voorgrond het helikopterveld ,
dat nu als gazon is opgenomen in de mooie tuin van het Zuwe Zorgcentrum.
Karakteristieke ziekenhuisarchitectuur uit de zestiger jaren van de vorige eeuw (foto 2009).

terug


De fa. L.Hoek in 1970.

De firma Hoek nam in 1970 een nieuwe ambulance in bedrijf. Deze Mercedes-Benz 408 had binnenmaten van 308x185x190 cm (lxbxh). De brancard kon naar keuze in het midden worden geplaatst.


Ambulance van de fa.L.Hoek 1970. "Voldoende ruimte". Compilatie van foto's van Walter van Leeuwen.

terug


Het Academisch Ziekenhuis te Utrecht (UMCU) 1971

T.a.v. bestuurlijke zaken als de noodzaak tot regionalisatie,centrale melding en coördinatie ontstond eind zestiger jaren overeenstemming. Deze werden vastgesteld in de eerste wet Ambulancevervoer in 1971.

Anders lag dit t.a.v. van de voorgestelde inhoudelijke verbeteringen gericht op de preklinische hulpverlening zelve (deskundige "medische" hulp ter plaatse, voorafgaande en tijdens het transport en de te stellen eisen aan ambulancewagen).

Dijkstra (1964) stelde als uitgangspunt "dat ieder verkeersslachtoffer recht heeft op deskundige medische verzorging vóór en tijdens het transport en dat hiervoor geen wetenschappelijk verdedigbare uitzondering bestaat".
"Bij levensbedreigende posttraumatische toestanden kan en moet de verantwoordelijkheid der preklinische urgentiebehandeling overeenkomstig de medische opvattingen betreffende de klinische behandeling, niet alleen door de verpleger worden gedragen doch enkel en alleen door de ervaren ongevallenarts."
Voor de Nederlandse situatie achtte hij het z.g. rendez-vous systeem de beste keuze, waarbij een speciaal daartoe opgeleide ongevallenarts en de ambulancewagen gelijktijdig worden gealarmeerd en beiden zich onafhankelijk van elkaar naar de plaats van het ongeval spoeden. Voorwaarde hierbij is dat de arts, voor het geval hij als eerste de onheilsplaats bereikt, onmiddelijk kan beschikken over door hem zelf mee te voeren draagbare hulpmiddelen ter resuscitatie.
Is het ogenblik van het rendez-vous daar, dan wordt hij door de apparatuur van de ziekenwagen, en door de hulp van het personeel hiervan in staat gesteld een efficiënter behandeling toe te passen.
In grote steden zou de arts mee kunnen rijden met de ambulance.


Deze stellingen vonden niet bij een ieder begrip en navolging.
Een conservatieve visie - waarbij men aangaf Dijkstra niet te kunnen volgen in de door hem gestelde eisen aan de ambulance en verpleger- was die waarbij men vasthield aan de Nederlandse doelstelling waarbij de begeleidende verpleger slechts verzorgt, verpleegt en controleert.
Behandeling, behoudens "Eerste Hulp", was hier niet aan de orde in tegenstelling tot de ruimere bevoegdheden voor een verpleger met een post-graduate opleiding die Dijkstra voorstond.
De afmetingen van de ambulance werden daarom dan ook van ondergeschikt belang geacht. In "kleinere ambulances zou het ook wel gaan" en "het zou niet ook maar één dode verschil maken". Bovendien werd daarbij genoemd dat de door Dijkstra gepropageerde wagens onbetaalbaar (ten onrechte) zouden zijn.3,41

Een doorbraak hierin ontstond in 1971. Het Utrechts Nieuwsblad en Holland Silhouet brachten het nieuws dat het Academisch ziekenhuis te Utrecht in haakte op de wensen van Dijkstra door het inzetten van gespecialiseerde ambulances -met een bemanning van assistent-chirurgen- bij ernstige verkeersongevallen.
Hiermede kreeg het Academisch Ziekenhuis Utrecht(heden UMCU), op initiatief van professor dr.P.Wittebol en onder leiding van chirurg A. van der Linde op 1 november 1974 de primeur in het land.15,30,45

Desalniettemin zou het nog tientallen jaren duren - vanaf de negentiger jaren van de vorige eeuw- voordat de door Dijkstra beoogde verbeteringen in de ambulancezorg in Nederland werden ingevoerd en het z.g. "inpakken en wegwezen" van het toneel verdween.42,43


Moderne ambulance anno 2010 -met ruime binnenmaten- rustig rijdend op de vluchtstrook van rijksweg 12 richting Woerden:
"Aan het stuur niet de gewiekste ambulancechauffeur, die fel accelererend en decelererend alle mogelijke verkeersobstakels weet te nemen en daardoor de patiënt aan krachten blootstelt, welke hem driedimensionaal gerichte versnellingen doen ondergaan analoog die van de cakewalk maar besturing door een "kunstenaarshand", die op subtiele wijze de snelheid aanpast aan de gesteldheid van het te volgen traject en- zonder in een slakkengang te vervallen- toch de hoogte der verschillende acceleratievormen tot een minimum beperkt" (cit. dijkstra 1964)

terug



Links
Zwevende Brancard
SWOV
Nationaal archief beeldbank: "Treinongeluk Woerden"
De treinramp van Harmelen (Wij zijn de Geschiedenis, KRO, november 2008, interview Hennie Koetsier)
Ambulances in beeld
Professor dr. P.Muntendam

Dr. J. Dijkstra (Britswerd) was chirurg en van 1948 tot 1971 verbonden aan de Woerdense ziekenhuizen: het Algemeen Ziekenhuis en Het Ope Dei Ziekenhuis (in 1969 ontstond hieruit door fusie het Hofpoort Ziekenhuis te Woerden).
dr.J.Dijkstrahal

Reacties: fer-mate@hotmail.com

© Copyright GD. Allen rechten voorbehouden.


Bronnen:

    1. Algemeen Handelsblad, 9 februari 1969: Conclusies na drie jaar touwtrekken, Praatpalen moeten langs autowegen.

    2. Algemeen Dagblad, 5 februari 1962: Geneeskundige hulpverlening achtergebleven, "melding van ongevallen een rommeltje"

    3. Algemeen Dagblad, 6 september 1968: De reacties liegen er niet om. Vragen van tweede kamerlid mw. G. Brautigam aan de ministers Roolvink (sociale zaken en volksgezondheid) en Bakker (verkeer en waterstaat)

    4. G.J. van der Burgt en J."t Hart (dec. 1968- febr. 1969): T.H. Delft, laboratorium voor Voertruigtechniek. Trillingsisolatie van liggende patiënten; vergelijkende metingen in diverse bestelwagens met een verende brancarddrager en in een aantal ziekenauto's.

    5. Commissie Muntendam E.H.B.O./Vervoer verkeersongevalsslachtoffers 1965, Ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid

    6. Dijkstra J., 1961: spoedeisende gevallen bij de behandeling van verkeersslachtoffers. Huisarts en Wetenschap.

    7. Dijkstra J., 1963: Eerste medische behandeling van verkeersslachtoffers, Tijdschrift voor Sociale Geneeskunde 41,123-128.

    8. Dijkstra J., 1963: nieuwe opvattingen in de traumatologie in het bijzonder tot de vroege behandeling van verkeersslachtoffers. Het Reddingwezen 52 (1962) 9

    9. Dijkstra J., 1964: behandeling van verkeersongevalsslachtoffers tijdens het eerste uur. Huisarts en Wetenschap.

    10. Dijkstra J., 1964: de preklinische hulpverlening aan ongevalsslachtoffers, TvZ 1 december 1964

    11. Dijkstra J., 1966: Het ernstige ongeval. Nederlandse Vereniging tot Bevordering der Chirurgische Wetenschappen, 18e congres, 26 november 1966.

    12. Dam van K.A., 1968-1970: de extra murale hulpverlening aan gewonden, scriptie in het kader van de stafcursus "Vronestein".

    13. de Haas J.H., Bonte J.T.P., de Haas-Poshuma J.H., N.I.P.G.-T.N.O.: Wegverkeersongevallen in Nederland,een epidemiologische studie 1967.

    14. Het Vaderland, 30 januari 1962, Snelrijdende ambulances schadelijke invloed op verkeersslachtoffer, arts dringt aan op betere EHBO

    15. Hollands Silhouet, 3 november 1971: Utrecht haakt in op wensen van Woerdense chirurg.

    16. Koopal A.A., 6 december 1963: Tijdschrift voor Sociale Geneeskunde,de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst en de organisatie van de medische hulpverlening bij rampen.

    17. Leeuwarder Courant 19 december 1967: goede ambulance hoeft niet duur te zijn.

    18. Leeuwen Walter van: Foto's, informatie.

    19. Muntendam, schrijven aan Dijkstra 9 januari 1962, Verkeersslachtoffers en treinramp Harmelen

    20. Nota inzake de hulpverlening bij verkeersongevallen, zitting 1968-1969-9804

    21. Provinciale Raad voor de Volksgezondheid in Zuid- Holland,commissie inzake zieken- en ongevallenvervoer: schrijven aan Dijkstra 11 oktober 1963

    22. Rijdend Nederland, 21 december 1967: Achterlijk gewondenvervoer moet modern worden.

    23. Rijn en Gouwe, 29 november 1967: proef gewondenvervoer, helikopter sneller dan ziekenauto.

    24. De Spiegel,"de Spiegel Actueel": "en wéér is er een gestolen" 22 april 1967.

    25. Schrijver-Buitenhuis R. en Eijlers W., januari 1972:In memoriam Dr. J.Dijkstra. Ned Tijdschr Geneeskd. 1972;116:86-7

    26. Slager Anton, Woerdense Courant, 11 maart 1959. Digitale Krantenarchief - Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard

    27. Slager Anton, Woerdense Courant, 7 april 1966: Vara tv in Woerden. Digitale Krantenarchief - Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard

    28. Slager Anton, Woerdense Courant, 10 april 1966: Behandeling verkeersslachtoffers, verzorging vóór aankomst in ziekenhuis uitermate belangrijk. Digitale Krantenarchief - Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard

    29. www.autosnelwegen.nl:Tijdsbeeld, 1963, rijksweg 12, monteren geleiderails

    30. Utrechts Nieuwsblad, 13 oktober 1971: het fatale half uur.

    31. Volkskrant 30 januari 1962: Medicus bepleit voor verkeersgewonde: Ambulance moet rustig rijden zonder sirene.

    32. K.J.J. Waldeck, 1998: Ambulances in beeld (1945-1975) ISBN 9028811133.

    33. Weijer F.A.A. van de, 26 november 1966: De organisatie van de hulpverlening in het kleine ziekenhuis.

    34. Wereldkroniek, 7 juni 1967: Teveel gewonden sterven tijdens transport.

    35. De Treinramp van Harmelen: Wij zijn de Geschiedenis, KRO, november 2008, interview Hennie Koetsier

    36. Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid

    37. Vara, Achter het Nieuws, 3 september 1968, "Onderbezetting van ziekenauto's op het platteland" . Stichting Beeld en Geluid. Dragernummer K30886 interview Wim Bosboom met Dijkstra (geluidsband)

    38. Lohman J.: schrijven aan Dijkstra dd.23-07-1964 naar aanleiding van de publicatie Het Eerste Uur in Huisarts en Wetenschap.

    39. Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard

    40. Gras Thijs , 2004, Van "sieckevoerder" tot ambulancedienst, de geschiedenis van het ziekenvervoer in de regio Amsterdam e.o., pag 12. ISBN 90-70674-23-8

    41. Koopal A.A. 1968, Het transport van de gewonde.Voordracht voor het Congres van de "Organisation Internationale de Sauvetage et de Premier Secours d'accidents".

    42. Schraa Joh. "De Ambulance" 7 juni 1993; Column, pag. 40

    43. Schraa Joh. "Zonder verleden geen toekomst" een reis door de tijd aan de hand van het arbeidzaam leven van Jan Tamboer, Vakblad V&VN Ambulancezorg, nummer 3, september 2009.

    44. Nieuwe Leidse Courant 18-04-1966 (Digitale Krantenarchief-Regionaal Archief Leiden): Ambulancevervoer achtergebleven, Dr.Dijkstra: meer levens kunnen worden gered.

    45. De Kampioen januari 1977, Centraal Beheer Jaarprijs

    terug
Free counter and web stats