De Vleugelbrancard (De Zwevende Brancard, Floating Stretcher Support) |

History: a vehicle bed comprises a platform for carrying a lying person, e.g.
a patient, a maximum shock and vibration insulation being contempleted, which is obtained by a mass- spring system for the platform
having a very low natural frequency.
Goede redenen om aan een ambulance eisen te stellen m.b.t. de stoot- en trillingsisolatie die ver uitgaan boven wat voor een zittende gezonde
mens acceptabel is.5,8,9
De volmaakte vering van een ambulance zou ertoe moeten leiden dat een patiënt schok, stoot- en trillingsvrij wordt vervoerd, waarbij de carosserie
en de "brancard met patiënt" (het afgeveerde gedeelte) regelmatig op eenzelfde niveau blijft, onafhankelijk van het op en neer verende wielenstelsel en de oneffenheden in het wegdek.
Daar dit onuitvoerbaar is werd gezocht naar een andere oplossing die moest leiden tot een optimale stoot- en trillingsisolatie van de patiënt.
Deze werd in 1970 gevonden aan de T.H. te Delft door de ontwikkeling van een verende brancarddrager die de naam Vleugelbrancard kreeg.
De naam Vleugelbrancard verwijst naar de vormgeving. De brancard lag a.h.w. op twee vleugels die de stoten en trillingen vanuit de wielen en
de assen van de ambulance opvingen.
Later zou de naam "zwevende brancard" meer gangbaar worden.
Op het voorblad van de afgebeelde prospectus van n.v. Laura Motoren in Eygelshoven uit 1970 is te lezen 9 (erop klikken voor vergroting):
|
"Voor een gejaagd vervoer dient ernstig te worden gewaarschuwd. Tegenover de zeer weinigen, wier leven slechts door ijlvervoer kan worden gered, staan de zeer velen die tengevolge van de bijkomende belasting van een ondeskundig vervoer (transporttrauma) in een vroeger of later stadium het leven lieten, doch ondanks latere aankomst in de kliniek hadden kunnen worden gered, indien zij van tevoren op adequate wijze waren behandeld en op verantwoorde manier vervoerd!" "De bijkomende belasting van het transport van het verkeersslachtoffer (en de patiënt in het algemeen) dient tot een minumum te worden beperkt".4,8 |
In 1964, het jaar waaruit deze citaten stammen, bedroeg het aantal verkeersdoden in Nederland 2375 en werd het aantal ernstig gewonde verkeersslachtoffers geschat op
28000 per jaar.
Volgens de wereldliteratuur zou 20% van het aantal verkeersdoden gered kunnen worden indien zij vóór aankomst in het ziekenhuis op de
juiste manier waren behandeld.
Het ziekenvervoer van gewonden beperkte zich veelal tot het vlug inladen van het slachtoffer waarop deze vervolgens, ter bekorting
van de transportduur, met grote snelheid voor behandeling naar het ziekenhuis werd vervoerd.
Naar de gevolgen voor de patiënt hiervan was nauwelijks
iets bekend. Voor Dijkstra reden om naar dit belangrijke onderdeel van de preklinische hulpverlening, i.c. het vervoer, onderzoek te doen.
Welke gevaren het vervoer per ambulance met zich mee kan brengen voor het -in kritieke toestand verkerende- verkeersslachtoffer maakte Dijkstra in 1964 duidelijk in zijn publicatie over het Transporttrauma (Vervoerstrauma)5,8.

Hij rekende uit aan welke g- krachten een patiënt in een ambulance wordt blootgesteld en ging na wat voor schadelijke invloed
deze hebben op de reeds ernstig verstoorde fysiologie (levensfuncties) van het gewonde verkeersslachtoffer.
De nog jonge lucht- en ruimtevaartgeneeskunde, waar onderzoek en experimenten plaatsvonden naar de invloed van g- krachten op de gezonde mens, stond hem hierbij ten dienste.
Uit deze berekeningen leidde hij het volgende af:
De afwisselende acceleraties (optrekken) en deceleraties (afremmen) bij ijltransport hebben op de liggende patiënt hetzelfde biomechanische
effect als ware hij uitgestrekt op een wipplank, waarbij hij beurtelings met hoofd loodrecht naar beneden (remmen, g= -1) danwel met de voeten
naar beneden (optrekken 30 graden schuin; g= 0,34) ligt en hem zelden gedurende langere tijd een horizontale positie laat behouden.
Bij het nemen van bochten treden soortgelijke effecten op waarbij de brancard als het ware zijwaarts gekanteld wordt.
Hiermee werd inzichtelijk en ook invoelbaar gemaakt wat ijltransport doet met een patiënt in de ambulance.

| Zijn conclusie luidde: "IJltransport brengt onvermijdelijk zo ernstige pathomechanische stressoren met zich mee, dat zulk een transport als onverantwoord moet worden gekwalificeerd."5,7 |
Maar ook vervoer bij lagere snelheden kan schadelijke effecten met zich meebrengen:
Indien een ambulance met een snelheid van 37 km/u plots tot stilstand moet remmen heeft dat voor de patiënt al een
vergelijkbaar effect als ware hij gedurende 1 seconde zodanig gekanteld dat hij loodrecht met het hoofdeinde naar beneden
ligt (foot-to-head acceleration).5
Gevolgen hiervan zijn verhoogde hersendruk, stoornissen in de bloedsomloop en bloeddruk, longfunctie en een verminderde hersendoorbloeding.
Niet alleen afremmen, maar ook optrekken heeft een negatieve invloed op de hersendoorbloeding bij patiënten met hersenletsel.
Een andere gevaar dat Dijkstra beschreef was de schadelijke biologische invloed voortkomend uit vibraties, stoten en schokken. 5,8,18,19
Geen enkele weg is zonder oneffenheden.| "De samenhang van het reeds onderbroken weefsel van de door het ongeval beschadigde organen kan door
schokken en trillingen ernstig worden geschaad".
Verplaatsing en/of functiestoornissen van organen kunnen het gevolg zijn, terwijl bestaande bloedingen worden verergerd. Dit vooral bij zwaargewonden met thoraxletsel, buikletsel en fracturen van de wervelkolom of extremiteiten als gevolg van het optreden van resonantie.5,7,8 |
terug
Van belang zijnde en beinvloedbare factoren hierbij zijn naast het al genoemde ijltransport:
|
"Ter beperking van deze invloeden dienen bouw en inrichting van de ideale ambulance aan bepaalde voorwaarden te voldoen: In de eerste plaats is dat aandacht besteed wordt aan aan een integrale opbouw van chassis en carosserie." "Voorts dient de brancard in het interieur van deze ideale ambulance tijdens het vervoer te (kunnen) worden geplaatst als volgt: laag tussen de assen in-----in de middenlijn met daarop de patient------ met het voeteneinde in de rijrichting." "Vereist is een juiste rijtechniek door een ervaren en beheerst chauffeur en subtiele bediening van het gas- en rempedaal. Besturing dient te geschieden door een kunstenaarshand." |
patiënt laag tussen de assen met voeten in rijrichting
Uitblijven van interesse van de autoindustrie om voor dit specifieke doel een auto (ambulance) te construeren had tot gevolg dat helaas genoegen genomen moest worden genomen met een compromis in de vorm van bestelauto's dat tegemoet kwam aan de andere gestelde "absolute" eisen n.l een ruim patiëntencompartiment en draagvermogen.
Een nadeel van bestelwagens betrof de stugge vering en het gegegeven dat de brancard met patiënt deels op de achteras rustte, dit laatste was (en is nog steeds) overigens ook het geval bij ambulances op basis van een personenwagen.
De nieuwe inzichten van Dijkstra m.b.t. het transporttrauma i.c. de whole body vibration ( bijkomende belasting en "gezondheidsschade") gaven de
ontwikkelingen van de verende brancardrager een nieuwe impuls en richting.
Op advies van de regeringscommissie EHBO/ Kwaliteit Vervoer Verkeersongevalsslachtoffers, waar Dijkstra voorzitter van was, werd in 1966
door het ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid een bedrag van f10.000,- beschikbaar gesteld.21
Een drietal jaren van experimenteren, meten en aanpassen volgden.
In 1969 was een eerste prototype gereed.
Dit prototype zag er echter nog onooglijk uit en was niet in staat enig enthousiasme op te wekken bij een vergadering van G.G. en G.D.- directeuren,
waar nog vele controversen bestonden over de verschillende ambulancetypen los van de comfortkwestie en trillingsisolatie.
Toch konden de nodige testen in de praktijk mogelijk gemaakt worden dankzij medewerking van de heer de Groot van de G.G.en G.D. van Delft en
dr.L.Burema van de G.G. en G.D. van Rotterdam die ambulances
voor dit doel ter beschikking stelden.
Toen de vleugelbrancard alle proeven met goed gevolg had doorstaan, volgde een laatste test in de praktijk bij de verplaatsing
van patiënten van het Hippolytus ziekenhuis te Delft.
Nadat de vleugelbrancard gereed was voor inbouw bij zowel ambulances op basis van personenwagens als op basis van bestelwagens, werd
de produktie in 1970 ter hand genomen door de metaalafdeling van de vroegere mijn Laura -de fa. Laura Motoren in Eygelshoven.
De Fa. Gebr. Visser te Leeuwarden verkreeg de alleenvertegenwoordiging in Nederland.12
Een proefopstelling van een prototype van de vleugelbrancard in een Mercedes-Benz 408Bij de constructie van de verende brancarddrager werd tevens uitvoering gegeven aan een aantal andere medisch- technische eisen t.b.v. de wijze van vervoer en de behandeling tijdens het vervoer van de patiënt naar het ziekenhuis (zie kader).
Zeer vooruitstrevend was de suggestie om ook de "werkvloer" voor arts en/of verpleger trillingsvrij te maken.De Vleugelbrancard/ Zwevende brancard/ Verende brancarddrager/ Floating Stretcher Support.
1970Bij het rijden over de weg met een ambulance, uitgerust met de vleugelbrancard, zal de vloerhoogte van de wagen t.o.v. het wegdek aan voortdurende verandering onderhavig zijn: de patiënt op de brancard blijft echter op een contstante hoogte omdat de trillingen worden gedempt (de patiënt zweeft als het ware mee). Ook de "pitch"- of knikbewegingen (het z.g. stampen door het rijden over een bult) worden door aparte veren gedempt. De vleugelbrancard is naar gewicht van de patient en in hoogte instelbaar (kan op werkhoogte worden gebracht), maar kan tijdens het transport ook zo laag mogelijk worden geplaatst- ter beperking van de invloed van zwaaineiging van de carosserie en de brancard op de patiënt, het z.g. rollen van de wagen om het zwaartepunt. Trendelenburg is mogelijk tot 25 graden. Het bleek met dit systeem mogelijk om met snelheden van 70km/u over klinkerwegen in de stad te rijden met minder trillingen voor de patiënt dan deze moet ondergaan in een ambulance die 30 km/u rijdt. Hierbij werden bovendien de belangrijkste kritische trillings- frequenties (whole body vibration) voor het menselijk lichaam tot 1/10 gereduceerd.1,7,19 Met behulp van draagveren, aangedreven door een electromotor, kon het hoofd- en voeteneinde afzonderlijk omhoog of omlaag gebracht worden waarmee het op- en afbrengen van de brancard werd vergemakkelijkt. |
Een proefopstelling: Een drie-maal geflitste foto waarop te zien is hoe de heftige beweging van de grondplaat nauwelijks
op de brancard en patiënt wordt overgebracht.
terug
In Nederland werden zij geplaatst in de ambulances van de gemeente Rotterdam (o.l.v. directeur dr.L.Burema) en in de ambulance van de gemeente Hazerswoude (dr.K.J.J.Waldeck).20
Ook heden ten dage worden zwevende brancards toegepast, zoals o.a. in Japan ( zie vervolg hieronder).
1966 Dijkstra demonstreert een model van de Vleugelbrancard ontworpen door professor van van der Burgt
In Engeland maakt de fa. Henderson verende brancardondersteuningen.
In Japan worden zwevende brancards op basis van lucht- of magnetische vering veelvuldig toegepast in z.g. high- standard ambulances.26
In dit verband wordt gewezen op het werk van de Japanse ingenieurs Sagawa, Inooka, Takakito Ono en Takahashit. .
Takahiko Ono en Hikaru Inooka ontwikkelden recentelijk (februari 2009) een protottype brancarddrager, waarbij m.b.v. ingebouwde technieken
de mate van acceleratie van de ambulance wordt gekoppeld aan een zodanige kanteling van de brancard dat een tegengesteld effect
ontstaat op de inwerking van deze acceleratie op de patiënt.
Deze brancarddrager heeft de naam "Actively-controlled Bed for ambulances" (ACB).
De kanteling van de brancard vindt gelijktijdig met het optreden van de versnelling plaats totdat een dusdanige hoek wordt bereikt dat
de g-krachten die voortkomen uit deceleratie (afremmen) en transversale acceleratie (het nemen van bochten) zoveel als mogelijk
worden gereduceerd.26
De ontwerpers verwachten dat zij met dit type brancarddrager de g- krachten die ontstaan bij deceleratie/afremmen kunnen reduceren met 65%
(de negatieve foot-to-head acceleraties) en die ontstaan bij zijwaartse richting met 75% (door bochten).
Linken:
Schwebetisch fa. Miesen
Geschiedenis ambulancezorg Woerden-Utrecht 1960-1970
Lichaamstrillingen, Kathanger
Linken die betrekking hebben op het onderwerp transportgeneeskunde ( vervoersgeneeskunde) en ambulancevervoer:
|
terug